COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST
VOOR DE TANDTECHNIEK
Voor het tijdvak van 1 juli 2006
tot en met 30 juni 2007
VOORWOORD
Voor u ligt de Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) voor de Tandtechniek.
Door algemeen verbindend verklaring (AVV) zijn de meeste bepalingen van deze CAO van toepassing voor alle werkgevers en werknemers die bij inwerkingtreding of gedurende de looptijd van de AVV onder de werkingssfeer vallen of komen te vallen.
Sommige bepalingen worden bij het verzoek tot AVV buiten beschouwing gelaten. Deze bepalingen zijn daarom slechts bindend voor de georganiseerde werkgevers en hun werknemers. Bovendien komt het voor dat het minis-terie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bepalingen buiten de AVV laat. Ook deze bepalingen zijn slechts bindend voor de georganiseerde werkgevers en hun werknemers. CAO-bepalingen die naar hun aard niet voor AVV in aanmerking komen zijn bijvoorbeeld bepalingen over pensioenen, herverzekering van eigen risico’s van werkgevers en bepalingen die geen verband houden met arbeid.
Van deze CAO zijn buiten het verzoek tot AVV gelaten het voorwoord, de aanhef, artikel 1 lid 8 en 9, artikel 2, artikel 3 lid 2, artikel 4 lid 3 sub g, laatste volzin van artikel 14 lid 1 en 3, artikel 18 lid 2, artikel 23 lid 3, artikel 27, artikel 28, artikel 31, artikel 35 lid 1, lid 2 tweede volzin en lid 4 laatste volzin en lid 7, artikel 36 en artikel 37 van de CAO, laatste twee volzinnen van bijlage I, artikel 3 van bijlage III, artikel 3 van bijlage IV, bijlage VI en bijlage VII. In hoeverre ook andere bepalingen buiten de AVV blijven, zal blijken uit de behandeling van het AVV-verzoek door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
In het AVV-besluit is te vinden welke bepalingen binnen de AVV vallen. Het besluit tot AVV wordt door het ministe-rie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gepubliceerd op de site van ministerie van Sociale Zaken en Werkge-legenheid (www.cao.szw.nl) en op de site van de Staatscourant (www.staatscourant.nl).
De AVV treedt in werking op de tweede dag na publicatie van het besluit in de Staatscourant, dan wel op de in het besluit genoemde datum, en loopt tot uiterlijk de einddatum van de CAO.
De CAO voor de Tandtechniek heeft een minimumkarakter
2
VOORWOORD
........................................................................................................................................2ALGEMEEN
............................................................................................................................................5Artikel 1 Begripsbepalingen
........................................................................................................5Artikel 2 Verplichtingen van partijen jegens elkaar
..................................................................6Artikel 3 Verplichtingen van de werkgever en van de werknemer
..........................................6AANVANG EN BEËINDIGING
.................................................................................................................7Artikel 4 Aanstelling
....................................................................................................................7Artikel 5 Deeltijdarbeid
.................................................................................................................8Artikel 6 Ontslag
..........................................................................................................................8Artikel 7 Vakopleiding
..................................................................................................................9Artikel 8 Scholingsverlof
..............................................................................................................9Artikel 9 Terugbetaling opleidingskosten bij ontslag
.............................................................10ARBEIDSDUUR
....................................................................................................................................10Artikel 10 Arbeidsduur en werktijden
.........................................................................................10Artikel 11 Arbeidsduurverkorting
................................................................................................10Artikel 12 Zon- en feestdagen
......................................................................................................11Artikel 13 Overwerk
......................................................................................................................12BELONING
...........................................................................................................................................13Artikel 14 Functiegroepen en salarisschalen
............................................................................13Artikel 15 Toepassing van de salarisschalen
............................................................................13Artikel 16 Salarismutatie
..............................................................................................................15Artikel 17 Toeslagen
.....................................................................................................................15Artikel 18 Uitbetaling
....................................................................................................................16Artikel 19 Bijzondere beloningen
................................................................................................16Artikel 20 Kinderopvang
...............................................................................................................16VAKANTIE EN VERLOF
........................................................................................................................16Artikel 21 Vakantieregeling
..........................................................................................................16Artikel 22 Vakantietoeslag
...........................................................................................................18Artikel 23 Bijzonder verlof
............................................................................................................19DIVERSE UITKERINGEN
......................................................................................................................20Artikel 24 Uitkering bij arbeidsongeschiktheid
.........................................................................20Artikel 25 Wet Poortwachter
........................................................................................................20Artikel 26 Uitkering bij overlijden
................................................................................................21OVERIGE BEPALINGEN
......................................................................................................................21Artikel 27 Pensioenfonds
.............................................................................................................21Artikel 28 Vervroegde uittreding
.................................................................................................21Artikel 29 Sociaal fonds
...............................................................................................................22Artikel 30 Personeelsontwikkelingsbeleid
.................................................................................22Artikel 31 Reorganisatiemaatregelen
..........................................................................................22Artikel 32 Personeelsvertegenwoordiging
.................................................................................22Artikel 33 Geschillencommissie
..................................................................................................23Artikel 34 Ongewenst gedrag
......................................................................................................23Artikel 35 Werkgelegenheid
.........................................................................................................23Artikel 36 Tussentijdse wijzigingen
............................................................................................24Artikel 37 Duur
.............................................................................................................................24BIJLAGEN
............................................................................................................................................26Bijlage I Voorbeeldfuncties en functiegroepen
......................................................................26Bijlage II Salarisschalen
..............................................................................................................29Bijlage III Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
.................................................................30Bijlage IV Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd
............................................................31Bijlage V Reglement van de Geschillencommissie
..................................................................32Bijlage VI Onderzoek leeftijdsbewust personeelsbeleid en werkgelegenheid
......................35Bijlage VII Protocol flexurenregeling
...........................................................................................36Bijlage VIII Adressen en telefoonnummers
..................................................................................373 4
COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST
VOOR DE TANDTECHNIEK
Tussen de ondergetekenden:
als partijen te ener zijde,
en
als partijen te anderer zijde,
is de navolgende collectieve arbeidsovereenkomst aangegaan:
ALGEMEEN
In deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder:
de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Tandtechniek;
elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, die tandtechnische werkstukken doet vervaardigen of repareren. Onder tandtechnische werkstukken wordt verstaan alle werkstukken bestemd voor regulering, vervanging of herstel van gebitselementen, zoals bijvoorbeeld kronen, bruggen, (frame)prothesen en regulatie-apparatuur;
3. werknemer:
degene die tot een werkgever als genoemd in dienstbetrekking staat, met uitzondering van de werknemer die een functie vervult, welke wordt aangemerkt als te liggen boven het niveau van de functiegroepen bedoeld in artikel 14. Niet als werknemer wordt beschouwd degene die niet belast is met het vervaardigen of repareren
5
van tandtechnische werkstukken en werkzaam is bij een werkgever, waarbij de bedrijfsactiviteiten zich in hoofdzaak uitstrekken tot andere activiteiten dan het vervaardigen of repareren van tandtechnische werk-stukken. Waar in de CAO van werknemers wordt gesproken, zijn ook vrouwelijke werknemers bedoeld;
4. leerling:
de werknemer die de primaire opleiding in de tandtechniek volgt;
5. medewerker-tandtechnicus:
de werknemer die de voortgezette opleiding in de tandtechniek volgt;
6. volledig dienstverband:
40 uur per week verminderd met de in artikel 11 geregelde arbeidsduurverkorting;
7. salaris:
a. schaalsalaris: het schaalsalaris voorkomend in de salarisschalen in bijlage II bij deze CAO;
b. maandsalaris: het schaalsalaris vermeerderd met de eventuele toeslagen, als bedoeld in
artikel 17 lid 1 en 2;
c. uursalaris: 0,6% van het maandsalaris;
de werkgeversorganisaties, genoemd in de aanhef van deze CAO sub 1, 2 en 3;
9. werknemersorganisaties:
de werknemersorganisaties, genoemd in de aanhef van deze CAO sub 3, 4 en 5;
10. personeelsvertegenwoordiging:
de personeelsvertegenwoordiging, als bedoeld in artikel 32, dan wel de ondernemingsraad, indien in de on-derneming een ondernemingsraad bestaat;
de geschillencommissie, als bedoeld in artikel 33.
De bepalingen in deze CAO ter zake van arbeidsduurverkorting, salarisschalen, vakantie en vrije dagen, alsmede vakantietoeslag gelden bij een deeltijd dienstverband naar rato van het aantal te werken uren.
Partijen verplichten zich deze CAO te goeder trouw na te komen en met alle hun ten dienste staande middelen te bevorderen, dat hun respectieve leden de bepalingen van deze CAO op de juiste wijze toepassen.
6
AANVANG EN BEËINDIGING
Bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd korter dan twee jaar geldt wederzijds een proeftijd van een maand, tenzij schriftelijk een kortere proeftijd wordt overeengekomen.
2. Onverminderd het hiervoor bepaalde, wordt de arbeidsovereenkomst aangegaan:
a. hetzij voor onbepaalde tijd;
b. hetzij voor bepaalde tijd.
Het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan slechts schriftelijk geschieden. Indien de arbeidsovereenkomst niet schriftelijk is aangegaan, wordt de arbeidsovereenkomst geacht voor onbepaalde tijd te zijn aangegaan.
Een model voor een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en een model voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zijn als bijlagen III en IV bij deze CAO opgenomen.
a. de datum van indiensttreding;
b. de functie waarin de werknemer wordt aangesteld en de functiegroep waarin deze functie
is ingedeeld;
c. het aantal toegekende functiejaren;
d. de wekelijkse arbeidsduur;
e. het salaris;
f. de tijdsduur, indien het een dienstverband voor bepaalde tijd betreft;
g. de toepasselijkheid van deze CAO;
h. de van toepassing zijnde proeftijd.
De arbeidsovereenkomst moet door de werknemer voor akkoord worden ondertekend.
4. Er kan maximaal drie maal opeenvolgend een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd worden aangegaan, waarbij de gezamenlijke totale duur maximaal 36 maanden bedraagt.
Indien een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd langer dan 36 maanden opeenvol-gend in dienst is geweest, inclusief de eventuele proeftijd, wordt hij geacht voor onbepaalde tijd in dienst te zijn.
7
omzetten van het dienstverband in een (ander) deeltijd dienstverband.
beantwoorden.
bedrijfsbelangen zich hier tegen verzetten.
hetzij b. op de laatste dag van de maand, voorafgaande aan de maand waarin de volledige uitkering krachtens het reglement van de Stichting Vervroegd uittreden Tandtechniek ingaat, hetzij c. op de laatste dag van de maand, voorafgaande aan de maand waarin voltijds gebruik wordt gemaakt van de prepensioen regeling krachtens het reglement van de Stichting Pensioenfonds voor de Tandtechniek, hetzij
8
d. na het verstrijken van periode van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.
De verantwoording van het onderwijs berust bij de Streekschool Midden Nederland ASA Groep te Leusden.
SVGB-onderwijscentrum is het landelijke orgaan.
De opleidingsmogelijkheden zijn:
a. voor een leerling medewerker tandtechnicus prothese duur 3 jaar
b. voor een leerling medewerker tandtechnicus kroon- en brugwerk duur 3 jaar
c. voor een leerling tandtechnicus prothese duur 4 jaar
d. voor een leerling tandtechnicus kroon- en brugwerk duur 4 jaar
e. voor een medewerker tandtechnicus tandtechnicus duur 1,5 jaar
f. voor een tandtechnicus manager/ondernemer tandtechnicus duur 1-2 jaar
tandtechnicus een arbeidsovereenkomst te hebben voor tenminste 32 uur per week.
gemaakt dat deze scholing nuttig c.q. noodzakelijk is voor het goed kunnen (blijven)
uitoefenen van de functie van de werknemer. Onder scholing wordt in dit verband verstaan iedere vorm van externe of interne opleiding die genoten kan worden ter verbreding of verdieping van de voor de functie van de werknemer benodigde vakkennis.
3. De scholing kan worden geweigerd indien de bedrijfssituatie naar het oordeel van de werkgever het gevraag-de verlof niet toelaat. De werkgever maakt in dit geval een afspraak met de werknemer wanneer de scholing wel kan plaatsvinden en draagt zorg voor het zo snel mogelijk wel realiseren van de scholing, maar in beginsel uiterlijk binnen een jaar na het verzoek daartoe.
4. De werknemer zal aan een verzoek door de werkgever tot scholing medewerking verlenen indien dit in het belang is van het bedrijf. Indien van de werknemer scholing wordt verlangd anders dan hiervoor beschreven op uitdrukkelijk verzoek van de werkgever en de scholing buiten werktijd plaatsvindt zal uitsluitend de aan scholing besteedde tijd gecompenseerd worden door middel van tijd voor tijd (100%).
9
een bedrijf dat gedurende de opleiding niet heeft voldaan aan de wettelijke criteria verbonden aan het
certificaat Erkend Leerbedrijf van het I.V.T.
wekelijkse arbeidsduur zodanig is aangepast dat daarbij de wekelijkse schooldag voor de opleiding tot
tandtechnicus niet is inbegrepen.
lid 1 worden afgeweken. Indien hierbij een geschil tussen de werknemer en de werkgever ontstaat, kan dit
worden voorgelegd aan de geschillencommissie.
ARBEIDSDUUR
a. arbeidsduurverkorting per week, zodat de wekelijkse arbeidsduur gesteld wordt op 38
uur;
10
b. roostervrije dagen, waarbij hetzij 12 roostervrije dagen (op jaarbasis) hetzij 24 roostervrije halve dagen (op jaarbasis) opgenomen kunnen worden, zodat de wekelijkse arbeidsduur van 40 uur verkort wordt tot gemiddeld 38 uur;
c. combinatie a en/of b.
2. Het is op jaarbasis mogelijk om van model te veranderen.
3. De arbeidsduurverkorting kan niet gevonden worden in het tot stand brengen van pauzes of het uitbreiden van pauzes.
4. Onder een roostervrije (halve) dag wordt verstaan een (halve) arbeidsdag waarop volgens rooster niet wordt gewerkt. Deze dagen worden niet in mindering op het salaris gebracht. Een niet genoten roostervrije (halve) dag wordt niet gecompenseerd.
5. Oudere werknemers hebben het recht om extra arbeidsduurverkorting per dag op te nemen, en wel als volgt:
a. op 60-jarige leeftijd ½ uur;
b. op 61-jarige leeftijd 1 uur;
c. op 62-jarige leeftijd 1½ uur;
d. op 63-jarige leeftijd 2 uur;
e. op 64-jarige leeftijd 2½ uur.
Deze niet gewerkte tijd wordt uitbetaald tegen 85% van het normale, vaste salaris, zonder dat dit gevolgen heeft voor de pensioenrechten.
a. nieuwjaarsdag, tweede paasdag, hemelvaartsdag, tweede pinksterdag, eerste en tweede
kerstdag;
b. koninginnedag;
c. éénmaal in de vijf jaar de bevrijdingsdag (5 mei);
voor zover zij niet op zondag vallen.
3. Tot de zondag en de feestdag worden mede gerekend te behoren uren, liggende tussen 20.00 en 24.00 uur van de direct daaraan voorafgaande dag en tussen 0.00 en 7.00 uur van de eerstvolgende dag.
4. Op Goede Vrijdag, alsmede op de arbeidsdagen 5, 24 en 31 december wordt vanaf 16.00 uur niet gewerkt. De op deze dagen niet gewerkte uren worden niet op het salaris in mindering gebracht.
11
contractueel overeengekomen uren meer uren worden gewerkt dan de wekelijkse of dagelijkse voltijds arbeidsduur, dan wel indien het overwerk uitsluitend buiten de normale voltijds arbeidstijden plaatsvindt.
b. Over de meerwerkuren van deeltijdwerkers, niet zijnde overuren, dient aan het einde van ieder
kalender jaar de vakantietoeslag uitbetaald te worden en de vakantierechten te worden toegekend.
overwerk noodzakelijk is, is de werknemer gehouden overwerk te verrichten, mits hem daarvan als regel tenminste 24 uur van te voren mededeling is gedaan.
Per half jaar zal het aantal overuren niet meer dan 75 per werknemer bedragen.
a. voor werk verricht op maandag tot en met vrijdag tussen 7.00 en 18.00 uur: 25%;
b. voor werk verricht op maandag tot en met vrijdag tussen 18.00 en 22.00 uur: 50%;
c. voor werk verricht op zaterdag tussen 7.00 en 20.00 uur, alsmede op de arbeidsdag,
direct voorafgaande aan hemelvaartsdag en, éénmaal in de vijf jaar, aan de bevrijdingsdag, tussen 18.00 en 20.00 uur: 100%.
Dit betreft zowel de overwerkuren als het aantal uren dat overeenkomt met de van toepassing zijnde toe- slag. De hier bedoelde vrije tijd dient binnen 12 maanden nadat het overwerk is verricht, beschikbaar te worden gesteld en te worden opgenomen.
12
BELONING
I Werknemers die de 23-jarige leeftijd hebben bereikt
13
maanden heeft geduurd, alsmede voor leerlingen gedurende de primaire opleiding in de tandtechniek.
II Werknemers die de 23-jarige leeftijd nog niet hebben bereikt
tenminste het schaalsalaris bij 0 functiejaren van de functiegroep waarin hij is ingedeeld. Vervolgens is het bepaalde in lid I. 2 van toepassing, tenzij de 23-jarige leeftijd in het laatste kwartaal wordt bereikt; in dat geval wordt de functiejaarverhoging per 1 maart van het volgende jaar toegekend.
III Leertijd
IV Indeling in een andere functiegroep
verzoek, anders dan op grond van medische redenen, wordt ingedeeld in een lagere functiegroep, ontvangt hij met ingang van diezelfde maand het schaalsalaris volgens die lagere functiegroep op basis van het
aantal functiejaren, dat bepaald wordt door het schaalsalaris dat hij laatstelijk ontving in zijn vorige functie groep, in te passen bij het naast lagere schaalsalaris in de nieuwe functiegroep. Indien de lagere indeling plaatsvindt in het laatste kwartaal, vindt er op 1 januari daaropvolgend geen functietoekenning plaats.
schaalsalaris.
verzoek, anders dan op grond van medische redenen, wordt ingedeeld in een lagere functiegroep, ontvangt hij met ingang van diezelfde maand het met die lagere functiegroep overeenkomende lagere schaalsalaris.
V Overgangsregeling
14
ontvangen schaalsalaris vermeerderd met een eventueel ontvangen diplomatoeslag en anderzijds het
maximum schaalsalaris van zijn nieuwe functiegroep.
De schaalsalarissen en de werkelijk uitbetaalde salarissen worden per 1 juli 2006 met 1,75% verhoogd.
a. Indien de prestaties van een werknemer naar het oordeel van de werkgever duurzaam
boven het gemiddelde liggen en dit via een objectieve beoordeling kan worden vastgesteld, kan aan hem een prestatietoeslag worden toegekend.
b. De prestatietoeslag bedraagt maximaal 10% van het schaalsalaris.
c. De werkgever stelt eenmaal per jaar het percentage van de prestatietoeslag per
werknemer vast na overleg met de desbetreffende groepsleider of chef.
a. Indien een werknemer werkzaamheden verricht onder omstandigheden die naar het
oordeel van de werkgever extra bezwarend zijn, wordt aan hem een toeslag toegekend.
b. Deze toeslag bedraagt maximaal 4% van het schaalsalaris.
De werknemer die tijdelijk een volledige functie waarneemt die in een hogere functiegroep is ingedeeld dan de functiegroep waarin zijn eigen functie is ingedeeld, ontvangt gedurende de gehele periode van
waarneming een toeslag op zijn salaris. Het voorgaande geldt alleen indien de waarneming tenminste vier
aaneengesloten weken en maximaal twee maanden plaatsvindt. De toeslag bedraagt het halve verschil tus-sen de schaalsalarissen bij 0 functiejaren van de desbetreffende functiegroepen. Door het ontvangen van de-ze toeslag kan de werknemer geen aanspraak maken op indeling in die hogere functiegroep.
15
Het toekennen van een toeslag, de omvang ervan en iedere wijziging daarvan wordt schriftelijk aan de
werknemer bevestigd.
vergezeld van een specificatie.
wettelijk maximum.
De werkgever faciliteert eenmaal per jaar de mogelijkheid om de betaling van de vakbondsbijdrage via de werkgever te laten verlopen.
Ingaande 1 juli 2001 is een kinderopvangregeling overeengekomen. Deze regeling voorziet in een financiële bijdrage in de kosten van kinderopvang ten behoeve van kinderen tot de basisschoolleeftijd. De uitvoering van de bijdrageregeling is opgedragen aan de Stichting Algemeen Sociaal Fonds voor de Tandtechniek. Het jaarlijkse budget is vastgesteld op € 54.454,=. De voorwaarden waaronder de werknemer een financiële bijdrage in de kos-ten van kinderopvang kan ontvangen, zijn uitgewerkt in het reglement van de Stichting Algemeen Sociaal Fonds voor de Tandtechniek.
VAKANTIE EN VERLOF
Het vakantiejaar is gelijk aan het kalenderjaar.
a. Voor ieder vol kalenderjaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd, bedraagt het
aantal vakantiedagen met behoud van salaris:
- voor werknemers jonger dan 19 jaar 30 werkdagen;
- voor werknemers van 19 t/m 49 jaar 25 werkdagen;
16
- voor werknemers van 50 t/m 54 jaar 26 werkdagen; - voor werknemers van 55 t/m 57 jaar 27 werkdagen;
- voor werknemers van 58 t/m 59 jaar 28 werkdagen;
- voor werknemers van 60 jaar en ouder 29 werkdagen.
- bij een 40-urige werkweek: 8 uren;
- bij een 38-urige werkweek: 7,6 uren.
Bij toekenning van vakantierechten in uren wordt het aantal vakantie-uren naar boven afgerond op
gehele uren.
Indien bij een 38-urige werkweek sprake is van werkdagen van verschillende lengte, wordt iedere
opgenomen vakantiedag teruggeboekt op het tegoed van de werknemer voor het aantal uren dat op die dag feitelijk gewerkt zou zijn als geen vakantiedag opgenomen zou zijn.
c. De onder a genoemde aantallen dagen worden vermeerderd voor iedere periode dat de
arbeidsovereenkomst vijf jaren onafgebroken bij dezelfde werkgever heeft geduurd, met een dag als dit lustrum valt in het eerste kwartaal en met een halve dag als dit lustrum valt in het tweede of derde
kwartaal, zij het dat de hier bedoelde vermeerdering maximaal drie werkdagen is.
d. De werknemer, die slechts een deel van het vakantiejaar in dienst van de werkgever is
(geweest), heeft recht op een evenredig deel van de in de voorgaande leden genoemde vakantie, met in-achtneming van het in lid 3 bepaalde.
e. De onder a genoemde aantallen dagen worden vermeerderd met een dag, indien de
werknemer zich gedurende het kalenderjaar niet ziek heeft gemeld. Zij worden verminderd met een dag, indien de werknemer zich gedurende het kalenderjaar vaker dan twee maal ziek heeft gemeld.
Voor de berekening van het aantal vakantiedagen wordt een werknemer die vóór of op de 15e van enige maand in dienst treedt dan wel de dienst verlaat, geacht op de eerste van die maand in dienst te zijn
getreden dan wel de dienst te hebben verlaten en wordt een werknemer die nà de 15e van enige maand in dienst treedt dan wel de dienst verlaat, geacht op de eerste van de navolgende maand in dienst te zijn
getreden dan wel de dienst te hebben verlaten. In afwijking hiervan zal indien de arbeidsovereenkomst
korter dan één maand heeft geduurd, de werknemer een zuiver proportioneel recht op vakantie krijgen.
4. Aaneengesloten vakantie
Van de vakantiedagen zullen er tenminste 15 aaneengesloten worden opgenomen. Op verzoek van de werk-nemer kan in overleg met de werkgever hiervan worden afgeweken.
a. Onder voorbehoud van instemming door de personeelsvertegenwoordiging, heeft de
werkgever het recht bij de aanvang van het vakantiejaar ten hoogste vier al dan niet aaneengesloten
vakantiedagen als collectieve snipperdagen aan te wijzen en vast te stellen.
b. De overblijvende snipperdagen zullen door de werkgever worden toegekend, indien de
aanvraag daartoe tenminste drie dagen voor de betreffende dag is ingediend, tenzij het bedrijfsbelang zich duidelijk hiertegen verzet.
a. De werknemer heeft geen vakantierechten over de tijd gedurende welke de werknemer
wegens het niet verrichten van zijn werkzaamheden geen aanspraak op in geld vastgesteld salaris heeft.
17
b. In geval van arbeidsongeschiktheid, heeft de werknemer nog vakantierechten over de laatste zes
maanden, waarin geen arbeid wordt verricht wegens arbeidsongeschiktheid.
c. De werknemer die op 1 mei van het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft
bereikt, heeft ook vakantierechten over de tijd welke hij besteedt aan het volgen van onderricht, waartoe de werkgever hem krachtens de wet of krachtens deze CAO in de gelegenheid moet stellen.
7. Samenvallen van vakantierechten met andere dagen waarop geen arbeid wordt verricht
Indien vakantiedagen van de werknemer samenvallen met dagen waarop de werknemer anderszins
aanspraak kan maken op salaris, worden deze vakantiedagen teruggeboekt op het tegoed van de werkne-mer.
8. Vakantierechten en gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid
Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid heeft de werknemer vakantierechten alsof hij volledig
arbeidsgeschikt is. Evenzo worden vakantierechten van de werknemer afgeboekt alsof hij volledig
arbeidsgeschikt is. Dit geldt zolang de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid zich voordoet.
9. Vakantie bij het eindigen van de arbeidsovereenkomst
Bij het eindigen van de arbeidsovereenkomst zal de werknemer alsnog in de gelegenheid worden gesteld de door hem nog niet genoten vakantiedagen, waarop hij krachtens het in de vorige leden bepaalde recht heeft, te genieten of zullen deze dagen worden uitbetaald.
Artikel 22 Vakantietoeslag
1. De vakantietoeslag bedraagt 8%. De vakantietoeslag wordt berekend over twaalf maal het maandsalaris van de maand mei inclusief de eventueel ontvangen persoonlijke toeslag als bedoeld in artikel 15.V.2. De vakan-tietoeslag wordt uitbetaald in mei. De vakantietoeslag wordt betaald over het kalenderjaar.
2. Indien na de uitbetaling van de vakantietoeslag het aantal arbeidsuren stijgt, wordt de vakantietoeslag naar rato verhoogd; deze verhoging wordt uitbetaald bij de eerstvolgende salarisbetaling. Indien na de uitbetaling van de vakantietoeslag het aantal arbeidsuren daalt, wordt de vakantietoeslag naar rato verlaagd; deze
verlaging wordt gedurende de resterende maanden van het kalenderjaar maandelijks verrekend met de
salarisbetaling.
eindigt vóór de maand mei, wordt de vakantietoeslag uitbetaald bij de beëindiging van de
arbeidsovereenkomst. Indien de arbeidsovereenkomst eindigt na de maand mei, terwijl dat op dat moment niet bij de werkgever bekend was, wordt de vakantietoeslag naar rato verlaagd; deze verlaging wordt
verrekend met de laatste salarisbetaling.
18
parttime dienstverband geldt een minimumaanspraak op de vakantietoeslag naar rato. Bij berekening van de vakantietoeslag over een deel van het kalenderjaar zal de aanvulling naar rato plaatsvinden.
Werknemers beneden de 23-jarige leeftijd ontvangen deze minimum vakantietoeslag naar rato, vastgesteld aan de hand van de navolgende afbouwpercentages
16 jaar 34½% 20 jaar 61½%
17 jaar 39½% 21 jaar 72½%
18 jaar 45½% 22 jaar 85%
19 jaar 52½%
a. gedurende één dag bij zijn ondertrouw;
b. gedurende twee dagen bij zijn huwelijk of partnerregistratie;
c. gedurende de dag van bevalling van zijn partner tot en met de daarop volgende twee
werkdagen;
d. gedurende één dag bij het huwelijk van zijn kind, stief- en pleegkind, zijn (stief/pleeg)vader, (stief/pleeg)moeder, schoonvader, schoonmoeder, kleinkind, broer,
zuster, zwager en schoonzuster;
e. gedurende één dag bij zijn 25- of 40-jarig huwelijksfeest, bij het 25-, 40-, 50-, 60- en
méérjarig huwelijksfeest van zijn (stief/pleeg)ouders en schoonouders, alsmede bij het
50-, 60- en méérjarig huwelijksfeest van zijn grootouders en van de grootouders van zijn partner;
f. gedurende de tijd van de dag van het overlijden af tot en met twee dagen na de dag van de crematie of begrafenis van zijn partner of een tot zijn gezin behorend kind, stief- en pleegkind;
g. gedurende maximaal drie dagen bij het overlijden en de begrafenis of crematie van zijn
niet onder sub g genoemde kind, stief- en pleegkind, zijn (stief/pleeg)vader, (stief/pleeg)moeder,
schoonvader, schoonmoeder, schoonzoon en schoondochter;
h. gedurende één dag bij het overlijden of de begrafenis of crematie van zijn grootvader,
grootmoeder, de grootvader en grootmoeder van zijn partner, zijn kleinkind, broer, zuster, zwager en schoonzuster;
i. gedurende de daarvoor benodigde tijd voor het afleggen van een vakexamen tegen
overlegging van de schriftelijke oproeping;
j. gedurende maximaal twee dagen per kalenderjaar bij verhuizing van de gehuwde
werknemer of de ongehuwde werknemer die een eigen huishouding voert of gaat voeren.
19
gegeven:
a. met behoud van het volle salaris over de tijd, nodig voor het bijwonen als door zijn
werknemersorganisatie schriftelijk aangewezen afgevaardigde van een bijeenkomst van een van de
volgende colleges van zijn organisatie: