COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST

VOOR DE TANDTECHNIEK

Voor het tijdvak van 1 juli 2006

tot en met 30 juni 2007

VOORWOORD

Voor u ligt de Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) voor de Tandtechniek.

Door algemeen verbindend verklaring (AVV) zijn de meeste bepalingen van deze CAO van toepassing voor alle werkgevers en werknemers die bij inwerkingtreding of gedurende de looptijd van de AVV onder de werkingssfeer vallen of komen te vallen.

Sommige bepalingen worden bij het verzoek tot AVV buiten beschouwing gelaten. Deze bepalingen zijn daarom slechts bindend voor de georganiseerde werkgevers en hun werknemers. Bovendien komt het voor dat het minis-terie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bepalingen buiten de AVV laat. Ook deze bepalingen zijn slechts bindend voor de georganiseerde werkgevers en hun werknemers. CAO-bepalingen die naar hun aard niet voor AVV in aanmerking komen zijn bijvoorbeeld bepalingen over pensioenen, herverzekering van eigen risico’s van werkgevers en bepalingen die geen verband houden met arbeid.

Van deze CAO zijn buiten het verzoek tot AVV gelaten het voorwoord, de aanhef, artikel 1 lid 8 en 9, artikel 2, artikel 3 lid 2, artikel 4 lid 3 sub g, laatste volzin van artikel 14 lid 1 en 3, artikel 18 lid 2, artikel 23 lid 3, artikel 27, artikel 28, artikel 31, artikel 35 lid 1, lid 2 tweede volzin en lid 4 laatste volzin en lid 7, artikel 36 en artikel 37 van de CAO, laatste twee volzinnen van bijlage I, artikel 3 van bijlage III, artikel 3 van bijlage IV, bijlage VI en bijlage VII. In hoeverre ook andere bepalingen buiten de AVV blijven, zal blijken uit de behandeling van het AVV-verzoek door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

In het AVV-besluit is te vinden welke bepalingen binnen de AVV vallen. Het besluit tot AVV wordt door het ministe-rie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gepubliceerd op de site van ministerie van Sociale Zaken en Werkge-legenheid (www.cao.szw.nl) en op de site van de Staatscourant (www.staatscourant.nl).

De AVV treedt in werking op de tweede dag na publicatie van het besluit in de Staatscourant, dan wel op de in het besluit genoemde datum, en loopt tot uiterlijk de einddatum van de CAO.

De CAO voor de Tandtechniek heeft een minimumkarakter

2

VOORWOORD........................................................................................................................................2

ALGEMEEN............................................................................................................................................5

Artikel 1 Begripsbepalingen........................................................................................................5

Artikel 2 Verplichtingen van partijen jegens elkaar..................................................................6

Artikel 3 Verplichtingen van de werkgever en van de werknemer..........................................6

AANVANG EN BEËINDIGING.................................................................................................................7

Artikel 4 Aanstelling....................................................................................................................7

Artikel 5 Deeltijdarbeid.................................................................................................................8

Artikel 6 Ontslag..........................................................................................................................8

Artikel 7 Vakopleiding..................................................................................................................9

Artikel 8 Scholingsverlof..............................................................................................................9

Artikel 9 Terugbetaling opleidingskosten bij ontslag.............................................................10

ARBEIDSDUUR....................................................................................................................................10

Artikel 10 Arbeidsduur en werktijden.........................................................................................10

Artikel 11 Arbeidsduurverkorting................................................................................................10

Artikel 12 Zon- en feestdagen......................................................................................................11

Artikel 13 Overwerk......................................................................................................................12

BELONING...........................................................................................................................................13

Artikel 14 Functiegroepen en salarisschalen............................................................................13

Artikel 15 Toepassing van de salarisschalen............................................................................13

Artikel 16 Salarismutatie..............................................................................................................15

Artikel 17 Toeslagen.....................................................................................................................15

Artikel 18 Uitbetaling....................................................................................................................16

Artikel 19 Bijzondere beloningen................................................................................................16

Artikel 20 Kinderopvang...............................................................................................................16

VAKANTIE EN VERLOF........................................................................................................................16

Artikel 21 Vakantieregeling..........................................................................................................16

Artikel 22 Vakantietoeslag...........................................................................................................18

Artikel 23 Bijzonder verlof............................................................................................................19

DIVERSE UITKERINGEN......................................................................................................................20

Artikel 24 Uitkering bij arbeidsongeschiktheid.........................................................................20

Artikel 25 Wet Poortwachter........................................................................................................20

Artikel 26 Uitkering bij overlijden................................................................................................21

OVERIGE BEPALINGEN......................................................................................................................21

Artikel 27 Pensioenfonds.............................................................................................................21

Artikel 28 Vervroegde uittreding.................................................................................................21

Artikel 29 Sociaal fonds...............................................................................................................22

Artikel 30 Personeelsontwikkelingsbeleid.................................................................................22

Artikel 31 Reorganisatiemaatregelen..........................................................................................22

Artikel 32 Personeelsvertegenwoordiging.................................................................................22

Artikel 33 Geschillencommissie..................................................................................................23

Artikel 34 Ongewenst gedrag......................................................................................................23

Artikel 35 Werkgelegenheid.........................................................................................................23

Artikel 36 Tussentijdse wijzigingen............................................................................................24

Artikel 37 Duur.............................................................................................................................24

BIJLAGEN............................................................................................................................................26

Bijlage I Voorbeeldfuncties en functiegroepen......................................................................26

Bijlage II Salarisschalen..............................................................................................................29

Bijlage III Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.................................................................30

Bijlage IV Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd............................................................31

Bijlage V Reglement van de Geschillencommissie..................................................................32

Bijlage VI Onderzoek leeftijdsbewust personeelsbeleid en werkgelegenheid......................35

Bijlage VII Protocol flexurenregeling...........................................................................................36

Bijlage VIII Adressen en telefoonnummers..................................................................................37

3 4

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST

VOOR DE TANDTECHNIEK

Tussen de ondergetekenden:

  1. 1. Branchevereniging Tandtechniek (BTT), gevestigd te Zeist;
  2. 2. Vereniging van Laboratoriumhoudende Tandtechnici in Nederland (VLHT), gevestigd te Berkel-Enschot;
  3. 3. Nederlandse Werkgeversvereniging Tandtechniek (NWVT), gevestigd te Rotterdam,

als partijen te ener zijde,

en

  1. 4. FNV Bondgenoten, gevestigd te Amsterdam;
  2. 5. CNV BedrijvenBond, gevestigd te Houten;
  3. 6. De Unie, vakbond voor Industrie en Dienstverlening, gevestigd te Culemborg,

als partijen te anderer zijde,

is de navolgende collectieve arbeidsovereenkomst aangegaan:

ALGEMEEN

  1. Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder:

  1. 1. CAO:

de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Tandtechniek;

  1. 2. werkgever:

elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, die tandtechnische werkstukken doet vervaardigen of repareren. Onder tandtechnische werkstukken wordt verstaan alle werkstukken bestemd voor regulering, vervanging of herstel van gebitselementen, zoals bijvoorbeeld kronen, bruggen, (frame)prothesen en regulatie-apparatuur;

3. werknemer:

degene die tot een werkgever als genoemd in dienstbetrekking staat, met uitzondering van de werknemer die een functie vervult, welke wordt aangemerkt als te liggen boven het niveau van de functiegroepen bedoeld in artikel 14. Niet als werknemer wordt beschouwd degene die niet belast is met het vervaardigen of repareren

5

van tandtechnische werkstukken en werkzaam is bij een werkgever, waarbij de bedrijfsactiviteiten zich in hoofdzaak uitstrekken tot andere activiteiten dan het vervaardigen of repareren van tandtechnische werk-stukken. Waar in de CAO van werknemers wordt gesproken, zijn ook vrouwelijke werknemers bedoeld;

4. leerling:

de werknemer die de primaire opleiding in de tandtechniek volgt;

5. medewerker-tandtechnicus:

de werknemer die de voortgezette opleiding in de tandtechniek volgt;

6. volledig dienstverband:

40 uur per week verminderd met de in artikel 11 geregelde arbeidsduurverkorting;

7. salaris:

a. schaalsalaris: het schaalsalaris voorkomend in de salarisschalen in bijlage II bij deze CAO;

b. maandsalaris: het schaalsalaris vermeerderd met de eventuele toeslagen, als bedoeld in

artikel 17 lid 1 en 2;

c. uursalaris: 0,6% van het maandsalaris;

  1. 8. werkgeversorganisaties:

de werkgeversorganisaties, genoemd in de aanhef van deze CAO sub 1, 2 en 3;

9. werknemersorganisaties:

de werknemersorganisaties, genoemd in de aanhef van deze CAO sub 3, 4 en 5;

10. personeelsvertegenwoordiging:

de personeelsvertegenwoordiging, als bedoeld in artikel 32, dan wel de ondernemingsraad, indien in de on-derneming een ondernemingsraad bestaat;

  1. 11. geschillencommissie:

de geschillencommissie, als bedoeld in artikel 33.

De bepalingen in deze CAO ter zake van arbeidsduurverkorting, salarisschalen, vakantie en vrije dagen, alsmede vakantietoeslag gelden bij een deeltijd dienstverband naar rato van het aantal te werken uren.

  1. Artikel 2 Verplichtingen van partijen jegens elkaar

Partijen verplichten zich deze CAO te goeder trouw na te komen en met alle hun ten dienste staande middelen te bevorderen, dat hun respectieve leden de bepalingen van deze CAO op de juiste wijze toepassen.

  1. Artikel 3 Verplichtingen van de werkgever en van de werknemer
  2. 1. De werkgever zal geen werknemer in dienst nemen of houden op voorwaarden, die strijdig zijn met de bepa-lingen van deze CAO.

6

  1. 2. De werknemer zal de hem opgedragen taak zo goed mogelijk vervullen. Het is de werknemer met een volledig dienstverband niet toegestaan tandtechnische en/of tandprothetische arbeid voor derden te verrichten. Het is de werknemer met een parttime dienstverband toegestaan tandtechnische en/of tandprothetische arbeid voor derden te verrichten, mits hiervoor voorafgaand schriftelijk toestemming is verleend door de werkgever.

AANVANG EN BEËINDIGING

  1. Artikel 4 Aanstelling
  2. 1. Bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd geldt wederzijds een proeftijd van twee maanden, tenzij schriftelijk een kortere proeftijd wordt overeengekomen.

Bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd korter dan twee jaar geldt wederzijds een proeftijd van een maand, tenzij schriftelijk een kortere proeftijd wordt overeengekomen.

2. Onverminderd het hiervoor bepaalde, wordt de arbeidsovereenkomst aangegaan:

a. hetzij voor onbepaalde tijd;

b. hetzij voor bepaalde tijd.

Het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan slechts schriftelijk geschieden. Indien de arbeidsovereenkomst niet schriftelijk is aangegaan, wordt de arbeidsovereenkomst geacht voor onbepaalde tijd te zijn aangegaan.

Een model voor een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en een model voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zijn als bijlagen III en IV bij deze CAO opgenomen.

  1. 3. De schriftelijke arbeidsovereenkomst bevat tenminste:

a. de datum van indiensttreding;

b. de functie waarin de werknemer wordt aangesteld en de functiegroep waarin deze functie

is ingedeeld;

c. het aantal toegekende functiejaren;

d. de wekelijkse arbeidsduur;

e. het salaris;

f. de tijdsduur, indien het een dienstverband voor bepaalde tijd betreft;

g. de toepasselijkheid van deze CAO;

h. de van toepassing zijnde proeftijd.

De arbeidsovereenkomst moet door de werknemer voor akkoord worden ondertekend.

4. Er kan maximaal drie maal opeenvolgend een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd worden aangegaan, waarbij de gezamenlijke totale duur maximaal 36 maanden bedraagt.

Indien een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd langer dan 36 maanden opeenvol-gend in dienst is geweest, inclusief de eventuele proeftijd, wordt hij geacht voor onbepaalde tijd in dienst te zijn.

7

  1. Artikel 5 Deeltijdarbeid
  2. 1. De werkgever zal bevorderen dat voorkomende functies naast voltijds ook in deeltijd kunnen worden verricht.
  3. 2. De werknemer die één jaar in dienst is bij een werkgever, kan de werkgever schriftelijk verzoeken tot

omzetten van het dienstverband in een (ander) deeltijd dienstverband.

  1. 3. De werkgever zal het verzoek van de werknemer als bedoeld in lid 2 binnen vier weken schriftelijk

beantwoorden.

  1. 4. De werkgever zal het verzoek van de werknemer als bedoeld in lid 2 honoreren tenzij zwaarwegende

bedrijfsbelangen zich hier tegen verzetten.

  1. 5. Een werknemer kan ten hoogste eenmaal per twee jaar, nadat de werkgever een verzoek om aanpassing van de arbeidsduur heeft ingewilligd of afgewezen, opnieuw een verzoek indienen.
  2. 6. Indien in een bedrijf vacatures ontstaan, zal bij de invulling hiervan aan reeds in het bedrijf werkzame deeltijd-werkers die hun arbeidsduur willen uitbreiden, de voorkeur worden gegeven boven externe kandidaten. Dit geldt uitsluitend indien sprake is van een gelijkwaardige functie.
  3. 7. Indien een fulltime medewerker op zijn eigen verzoek parttime is gaan werken bij dezelfde werkgever, kan hij alleen met toestemming van zijn werkgever werkzaam zijn bij een andere tandtechnische werkgever, dan wel in eigen beheer tandtechnische werkzaamheden voor derden verrichten. Dit ter voorkoming van oneigenlijke concurrentie.
  4. Artikel 6 Ontslag
  5. 1. De opzegging van de arbeidsovereenkomst dient schriftelijk te geschieden. De opzegging van de arbeidsovereenkomst dient zodanig te geschieden dat het einde van de opzeggingster-mijn steeds samenvalt met het einde van de kalendermaand.
  6. 2. De door de werknemer in acht te nemen opzegtermijn is één maand.
  7. 3. Bij een arbeidsovereenkomst korter dan vijf jaar bedraagt de opzegtermijn voor de werkgever een maand; bij een arbeidsovereenkomst langer dan vijf jaar en korter dan tien jaar twee maanden; bij langer dan tien jaar en korter dan vijftien jaar drie maanden; bij langer dan vijftien jaar vier maanden.
  8. 4. De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege, zonder dat daarvoor opzegging vereist is: a. op de laatste dag van de maand, voorafgaande aan de maand waarin de 65-jarige leeftijd wordt bereikt,

hetzij b. op de laatste dag van de maand, voorafgaande aan de maand waarin de volledige uitkering krachtens het reglement van de Stichting Vervroegd uittreden Tandtechniek ingaat, hetzij c. op de laatste dag van de maand, voorafgaande aan de maand waarin voltijds gebruik wordt gemaakt van de prepensioen regeling krachtens het reglement van de Stichting Pensioenfonds voor de Tandtechniek, hetzij

8

d. na het verstrijken van periode van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

  1. Artikel 7 Vakopleiding
  2. 1. De vaktechnische opleiding in de tandtechniek vindt plaats via het duale opleidingssysteem. Dit houdt in wer-kend leren in het tandtechnisch laboratorium en een dag per week naar school.
  3. 2. De opleiding kan worden gevolgd bij het Instituut Vakopleiding Tandtechniek te Nieuwegein.

De verantwoording van het onderwijs berust bij de Streekschool Midden Nederland ASA Groep te Leusden.

SVGB-onderwijscentrum is het landelijke orgaan.

De opleidingsmogelijkheden zijn:

a. voor een leerling medewerker tandtechnicus prothese duur 3 jaar

b. voor een leerling medewerker tandtechnicus kroon- en brugwerk duur 3 jaar

c. voor een leerling tandtechnicus prothese duur 4 jaar

d. voor een leerling tandtechnicus kroon- en brugwerk duur 4 jaar

e. voor een medewerker tandtechnicus tandtechnicus duur 1,5 jaar

f. voor een tandtechnicus manager/ondernemer tandtechnicus duur 1-2 jaar

  1. 3. Om toegelaten te worden tot de opleiding, dient de leerling de medewerker tandtechnicus dan wel de

tandtechnicus een arbeidsovereenkomst te hebben voor tenminste 32 uur per week.

  1. Artikel 8 Scholingsverlof
  2. 1. Scholing is een gemeenschappelijk belang van werkgever en werknemer. Over een verzoek tot scholing en de periode waarin de scholing plaatsvindt zal in onderling overleg overeenstemming worden bereikt.
  3. 2. Aan werknemers wordt op verzoek scholingsverlof verleend indien aannemelijk wordt

gemaakt dat deze scholing nuttig c.q. noodzakelijk is voor het goed kunnen (blijven)

uitoefenen van de functie van de werknemer. Onder scholing wordt in dit verband verstaan iedere vorm van externe of interne opleiding die genoten kan worden ter verbreding of verdieping van de voor de functie van de werknemer benodigde vakkennis.

3. De scholing kan worden geweigerd indien de bedrijfssituatie naar het oordeel van de werkgever het gevraag-de verlof niet toelaat. De werkgever maakt in dit geval een afspraak met de werknemer wanneer de scholing wel kan plaatsvinden en draagt zorg voor het zo snel mogelijk wel realiseren van de scholing, maar in beginsel uiterlijk binnen een jaar na het verzoek daartoe.

4. De werknemer zal aan een verzoek door de werkgever tot scholing medewerking verlenen indien dit in het belang is van het bedrijf. Indien van de werknemer scholing wordt verlangd anders dan hiervoor beschreven op uitdrukkelijk verzoek van de werkgever en de scholing buiten werktijd plaatsvindt zal uitsluitend de aan scholing besteedde tijd gecompenseerd worden door middel van tijd voor tijd (100%).

9

  1. Artikel 9 Terugbetaling opleidingskosten bij ontslag
  2. 1. De werknemer, die bij een werkgever een opleiding volgt, of heeft gevolgd, zoals genoemd in artikel 7 lid 2a, 2b, 2c en 2d en tijdens de opleiding of binnen een jaar na afsluiting van de opleiding zijn arbeidsovereen-komst zelf beëindigt bij de werkgever waar de opleiding wordt/is gevolgd, is verplicht aan deze werkgever naar rato van de totale bij de werkgever gevolgde opleidingsperiode een vergoeding te betalen ad € 1200,= per leerjaar bij wijze van tegemoetkoming in betaalde dan wel gederfde opleidingskosten. In verband met het be-rekenen van de naar rato terug te betalen opleidingskosten wordt het opleidingsjaar geacht aan te vangen op 1 augustus en te eindigen op 31 juli en een aangevangen maand dient als een volledige maand te worden be-schouwd. De terugbetaling kan vermeerderd worden met de kosten welke de werkgever eventueel ten behoe-ve van de werknemer heeft gemaakt in verband met diens deelneming aan de opleiding, zoals boeken, in-schrijfgeld, examengeld, materialen en gereedschappen e.d. Het verdient aanbeveling de terugbetaling van deze extra kosten vast te leggen in een schriftelijke overeenkomst.
  3. 2. Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing indien de leerling de arbeidsovereenkomst is aangegaan met

een bedrijf dat gedurende de opleiding niet heeft voldaan aan de wettelijke criteria verbonden aan het

certificaat Erkend Leerbedrijf van het I.V.T.

  1. 3. Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing indien een arbeidsovereenkomst is aangegaan, waarbij de

wekelijkse arbeidsduur zodanig is aangepast dat daarbij de wekelijkse schooldag voor de opleiding tot

tandtechnicus niet is inbegrepen.

  1. 4. In uitzonderlijke omstandigheden kan in overleg tussen de werknemer en de werkgever van het bepaalde in

lid 1 worden afgeweken. Indien hierbij een geschil tussen de werknemer en de werkgever ontstaat, kan dit

worden voorgelegd aan de geschillencommissie.

ARBEIDSDUUR

  1. Artikel 10 Arbeidsduur en werktijden
  2. 1. De normale wekelijkse arbeidsduur bedraagt gemiddeld 38 uur en zal worden verdeeld over de arbeidsdagen maandag tot en met vrijdag.
  3. 2. De normale werktijden liggen tussen 7.00 en 18.00 uur op maandag tot en met vrijdag.
  4. 3. De werktijden worden in overleg met de personeelsvertegenwoordiging vastgesteld.
  5. Artikel 11 Arbeidsduurverkorting
  6. 1. De werkgever kan, na overleg met de personeelsvertegenwoordiging, kiezen uit de navolgende drie arbeids-duurverkortingsmodellen:

a. arbeidsduurverkorting per week, zodat de wekelijkse arbeidsduur gesteld wordt op 38

uur;

10

b. roostervrije dagen, waarbij hetzij 12 roostervrije dagen (op jaarbasis) hetzij 24 roostervrije halve dagen (op jaarbasis) opgenomen kunnen worden, zodat de wekelijkse arbeidsduur van 40 uur verkort wordt tot gemiddeld 38 uur;

c. combinatie a en/of b.

2. Het is op jaarbasis mogelijk om van model te veranderen.

3. De arbeidsduurverkorting kan niet gevonden worden in het tot stand brengen van pauzes of het uitbreiden van pauzes.

4. Onder een roostervrije (halve) dag wordt verstaan een (halve) arbeidsdag waarop volgens rooster niet wordt gewerkt. Deze dagen worden niet in mindering op het salaris gebracht. Een niet genoten roostervrije (halve) dag wordt niet gecompenseerd.

5. Oudere werknemers hebben het recht om extra arbeidsduurverkorting per dag op te nemen, en wel als volgt:

a. op 60-jarige leeftijd ½ uur;

b. op 61-jarige leeftijd 1 uur;

c. op 62-jarige leeftijd 1½ uur;

d. op 63-jarige leeftijd 2 uur;

e. op 64-jarige leeftijd 2½ uur.

Deze niet gewerkte tijd wordt uitbetaald tegen 85% van het normale, vaste salaris, zonder dat dit gevolgen heeft voor de pensioenrechten.

  1. 6. De werkgever stelt de werknemer desgevraagd in de gelegenheid om gedurende vijf dagen extra betaald verlof op te nemen voor het bijwonen van een cursus ter voorbereiding op de aanstaande pensionering. Dit verlof is op te nemen gedurende de laatste drie jaar, voorafgaande aan de pensionering.
  2. Artikel 12 Zon- en feestdagen
  3. 1. Op zon- en feestdagen wordt niet gewerkt. Deze dagen worden niet op het salaris in mindering gebracht.
  4. 2. Onder feestdagen wordt verstaan:

a. nieuwjaarsdag, tweede paasdag, hemelvaartsdag, tweede pinksterdag, eerste en tweede

kerstdag;

b. koninginnedag;

c. éénmaal in de vijf jaar de bevrijdingsdag (5 mei);

voor zover zij niet op zondag vallen.

3. Tot de zondag en de feestdag worden mede gerekend te behoren uren, liggende tussen 20.00 en 24.00 uur van de direct daaraan voorafgaande dag en tussen 0.00 en 7.00 uur van de eerstvolgende dag.

4. Op Goede Vrijdag, alsmede op de arbeidsdagen 5, 24 en 31 december wordt vanaf 16.00 uur niet gewerkt. De op deze dagen niet gewerkte uren worden niet op het salaris in mindering gebracht.

11

  1. Artikel 13 Overwerk
  2. 1. Als overwerk wordt beschouwd in opdracht van de werkgever verricht werk boven de wekelijkse of dagelijkse arbeidsduur, zoals bedoeld in artikel 10 lid 2.
  3. 2. a. Indien sprake is van een deeltijd dienstverband, is slechts sprake van overwerk indien boven de

contractueel overeengekomen uren meer uren worden gewerkt dan de wekelijkse of dagelijkse voltijds arbeidsduur, dan wel indien het overwerk uitsluitend buiten de normale voltijds arbeidstijden plaatsvindt.

b. Over de meerwerkuren van deeltijdwerkers, niet zijnde overuren, dient aan het einde van ieder

kalender jaar de vakantietoeslag uitbetaald te worden en de vakantierechten te worden toegekend.

  1. 3. Overwerk zal tot uitzonderingen worden beperkt. Indien vanwege het bedrijfsbelang naar het oordeel van de werkgever in redelijk overleg - en met inachtneming van de daarvoor gestelde wettelijke voorschriften –

overwerk noodzakelijk is, is de werknemer gehouden overwerk te verrichten, mits hem daarvan als regel tenminste 24 uur van te voren mededeling is gedaan.

Per half jaar zal het aantal overuren niet meer dan 75 per werknemer bedragen.

  1. 4. Er zal geen overwerk worden verricht op uren liggende tussen 22.00 en 7.00 uur. Aan de werknemer jonger dan 18 jaar mag geen overwerk worden opgedragen.
  2. 5. Werknemers van 50 jaar en ouder kunnen niet worden verplicht tot het verrichten van overwerk.
  3. 6. Voor overwerk zal door de werkgever een vergoeding in geld worden betaald. Deze vergoeding bedraagt voor elk overwerkuur of gedeelte daarvan het uursalaris van de werknemer, vermeerderd met de navolgende toe-slag, uitgedrukt in een percentage van het uursalaris:

a. voor werk verricht op maandag tot en met vrijdag tussen 7.00 en 18.00 uur: 25%;

b. voor werk verricht op maandag tot en met vrijdag tussen 18.00 en 22.00 uur: 50%;

c. voor werk verricht op zaterdag tussen 7.00 en 20.00 uur, alsmede op de arbeidsdag,

direct voorafgaande aan hemelvaartsdag en, éénmaal in de vijf jaar, aan de bevrijdingsdag, tussen 18.00 en 20.00 uur: 100%.

  1. 7. Indien de werknemer daaraan de voorkeur geeft, kan in overleg de vergoeding voor overwerk, in afwijking van het in lid 6 bepaalde, in vrije tijd worden uitgekeerd.

Dit betreft zowel de overwerkuren als het aantal uren dat overeenkomt met de van toepassing zijnde toe- slag. De hier bedoelde vrije tijd dient binnen 12 maanden nadat het overwerk is verricht, beschikbaar te worden gesteld en te worden opgenomen.

  1. 8. De werkgever kan na overleg met de werknemer maximaal 24 uur als verlof aanwijzen ter compensatie van meerwerkuren zoals beschreven in bijlage VII.

12

BELONING

  1. Artikel 14 Functiegroepen en salarisschalen
  2. 1. Aan de hand van een onderzoek is een representatief aantal functies in de tandtechniek beschreven en ge-waardeerd door een methode van functievergelijking. Dit heeft geresulteerd in een functiewaarderingsstelsel, dat ingevoerd is per 1 januari 1998. De bedoelde voorbeeldfuncties en de indeling daarvan in functiegroepen zijn opgenomen in bijlage I bij deze CAO, welke bijlage uitsluitend dient als korte samenvatting. De volledige omschrijvingen van de voorbeeldfuncties zijn opgenomen in de FUWA Wegwijzer Tandtechniek, die een inte-graal onderdeel van deze CAO uitmaakt.
  3. 2. Bij elke functiegroep behoort een salarisschaal, bevattende de bruto salarissen per volle kalendermaand. De salarisschalen omvatten zowel een functiejarenschaal als een leeftijdsschaal. De functiejarenschaal geldt voor werknemers die de 23-jarige leeftijd hebben bereikt. De leeftijdsschaal geldt voor werknemers die de 23-jarige leeftijd nog niet hebben bereikt. De salarisschalen zijn opgenomen in bijlage II bij deze CAO.
  4. 3. De werkgever bepaalt in welke functiegroep de functie van de werknemer wordt ingedeeld. Dit gebeurt aan de hand van een vergelijking tussen de door de werknemer uit te oefenen functie en de voorbeeldfuncties. Hierbij wordt het bepaalde in de FUWA Wegwijzer Tandtechniek, waarin tevens de werking van het functiewaarde-ringsstelsel nader is aangeduid, mede in aanmerking genomen.
  5. 4. Indien een vergelijking met de voorbeeldfuncties niet mogelijk is, wordt de functie ingedeeld mede aan de hand van de rangorde van de functies in de onderneming.
  6. 5. In het geval de medewerker en de werkgever een pc-privé- en/ of een fietsplan overeenkomen, is het de werkgever toegestaan om in overleg met de medewerker tijdelijk het bruto salaris te verlagen. Hij dient dit in overleg met de medewerker vast te leggen in een aanvullende arbeidsovereenkomst.
  7. 6. Iedere wijziging van de functie waarin de werknemer is aangesteld, van de functiegroep waarin zijn functie is ingedeeld en van zijn schaalsalaris, wordt schriftelijk aan hem bevestigd.
  8. Artikel 15 Toepassing van de salarisschalen

I Werknemers die de 23-jarige leeftijd hebben bereikt

  1. 1. Deze werknemers ontvangen bij indiensttreding het schaalsalaris bij 0 functiejaren van de functiejarenschaal behorende bij de functiegroep waarin zij zijn ingedeeld. Indien een werknemer echter in een functie elders zo-veel bruikbare ervaring heeft verkregen dat het op grond daarvan niet redelijk zou zijn hem op basis van 0 functiejaren te belonen, kunnen hem - in overeenstemming met die ervaring - functiejaren worden toegekend.
  2. 2. Het schaalsalaris van de werknemers wordt eenmaal per jaar op 1 januari verhoogd door toekenning van een functiejaar, totdat het maximum van de schaal is bereikt. Bij onvoldoende functioneren kan na een gesprek met de werknemer toekenning van een functiejaar in de tijd worden verschoven. Het gesprek dient schriftelijk,

13

  1. voorzien van de argumenten, aan de werknemer te worden bevestigd. Toekenning van een functiejaar vindt overigens niet plaats, indien het dienstverband op de datum van de verhoging niet tenminste drie

maanden heeft geduurd, alsmede voor leerlingen gedurende de primaire opleiding in de tandtechniek.

II Werknemers die de 23-jarige leeftijd nog niet hebben bereikt

  1. 1. Deze werknemers ontvangen het met hun leeftijd overeenkomende schaalsalaris van de leeftijdsschaal beho-rende bij de functiegroep waarin zij zijn ingedeeld.
  2. 2. De werknemer die een hogere leeftijd bereikt, ontvangt met ingang van de daarop volgende maand het met die hogere leeftijd overeenkomende hogere schaalsalaris.
  3. 3. De werknemer die de 23-jarige leeftijd bereikt, ontvangt met ingang van de daarop volgende maand

tenminste het schaalsalaris bij 0 functiejaren van de functiegroep waarin hij is ingedeeld. Vervolgens is het bepaalde in lid I. 2 van toepassing, tenzij de 23-jarige leeftijd in het laatste kwartaal wordt bereikt; in dat geval wordt de functiejaarverhoging per 1 maart van het volgende jaar toegekend.

III Leertijd

  1. 1. De leerling kan gedurende de primaire opleiding worden ingedeeld in functiegroep 0.
  2. 2. De werknemer die zijn intrede in de tandtechniek doet, kan gedurende maximaal een jaar worden ingedeeld in functiegroep 0.

IV Indeling in een andere functiegroep

  1. 1. Indien een werknemer van 23 jaar of ouder wordt ingedeeld in een hogere functiegroep, ontvangt hij met in-gang van de daarop volgende maand het schaalsalaris volgens die hogere functiegroep op basis van het aan-tal functiejaren, dat bepaald wordt door het schaalsalaris dat hij laatstelijk ontving in zijn vorige functiegroep, in te passen bij het naast hogere schaalsalaris in de nieuwe functiegroep. Indien de hogere indeling plaatsvindt in het laatste kwartaal, vindt het bepaalde in lid I.2 op 1 januari daaropvolgend geen toepassing.
  2. 2. Indien een werknemer van 23 jaar of ouder, door eigen toedoen wegens onbekwaamheid of op eigen

verzoek, anders dan op grond van medische redenen, wordt ingedeeld in een lagere functiegroep, ontvangt hij met ingang van diezelfde maand het schaalsalaris volgens die lagere functiegroep op basis van het

aantal functiejaren, dat bepaald wordt door het schaalsalaris dat hij laatstelijk ontving in zijn vorige functie groep, in te passen bij het naast lagere schaalsalaris in de nieuwe functiegroep. Indien de lagere indeling plaatsvindt in het laatste kwartaal, vindt er op 1 januari daaropvolgend geen functietoekenning plaats.

  1. 3. Indien een werknemer van jonger dan 23 jaar wordt ingedeeld in een hogere functiegroep, ontvangt hij met ingang van de daarop volgende maand het met die hogere functiegroep overeenkomende hogere

schaalsalaris.

  1. 4. Indien een werknemer van jonger dan 23 jaar, door eigen toedoen wegens onbekwaamheid of op eigen

verzoek, anders dan op grond van medische redenen, wordt ingedeeld in een lagere functiegroep, ontvangt hij met ingang van diezelfde maand het met die lagere functiegroep overeenkomende lagere schaalsalaris.

V Overgangsregeling

14

  1. 1. Voor de werknemers van wie de functie-indeling in het kader van het per 1 januari 1998 ingevoerde functie-waarderingsstelsel leidde tot een lager salaris, geldt de volgende inkomensgarantie.
  2. 2. Indien het laatstelijk vóór 1 januari 1998 ontvangen schaalsalaris vermeerderd met een eventueel ontvangen diplomatoeslag, meer bedroeg dan het maximum schaalsalaris van zijn nieuwe functiegroep, ontvangt hij in-gaande 1 januari 1998 het maximum schaalsalaris van deze nieuwe functiegroep. Bovendien ontvangt hij een persoonlijke toeslag, die gelijk is aan het verschil tussen enerzijds het laatstelijk vóór 1 januari 1998

ontvangen schaalsalaris vermeerderd met een eventueel ontvangen diplomatoeslag en anderzijds het

maximum schaalsalaris van zijn nieuwe functiegroep.

  1. 3. De persoonlijke toeslag wordt overeenkomstig de algemene salarisverhogingen op grond van deze CAO ver-hoogd.
  2. 4. Indien de werknemer met een persoonlijke toeslag in een hogere functiegroep wordt ingedeeld, wordt de per-soonlijke toeslag verminderd met het bedrag waarmee zijn schaalsalaris alsdan stijgt.
  3. Artikel 16 Salarismutatie

De schaalsalarissen en de werkelijk uitbetaalde salarissen worden per 1 juli 2006 met 1,75% verhoogd.

  1. Artikel 17 Toeslagen
  2. 1. Prestatietoeslag

a. Indien de prestaties van een werknemer naar het oordeel van de werkgever duurzaam

boven het gemiddelde liggen en dit via een objectieve beoordeling kan worden vastgesteld, kan aan hem een prestatietoeslag worden toegekend.

b. De prestatietoeslag bedraagt maximaal 10% van het schaalsalaris.

c. De werkgever stelt eenmaal per jaar het percentage van de prestatietoeslag per

werknemer vast na overleg met de desbetreffende groepsleider of chef.

  1. 2. Toeslag voor bezwarende omstandigheden

a. Indien een werknemer werkzaamheden verricht onder omstandigheden die naar het

oordeel van de werkgever extra bezwarend zijn, wordt aan hem een toeslag toegekend.

b. Deze toeslag bedraagt maximaal 4% van het schaalsalaris.

  1. c. De werkgever kent de toeslag toe na overleg met de personeelsvertegenwoordiging.

  1. 3. Waarnemingstoeslag

De werknemer die tijdelijk een volledige functie waarneemt die in een hogere functiegroep is ingedeeld dan de functiegroep waarin zijn eigen functie is ingedeeld, ontvangt gedurende de gehele periode van

waarneming een toeslag op zijn salaris. Het voorgaande geldt alleen indien de waarneming tenminste vier

aaneengesloten weken en maximaal twee maanden plaatsvindt. De toeslag bedraagt het halve verschil tus-sen de schaalsalarissen bij 0 functiejaren van de desbetreffende functiegroepen. Door het ontvangen van de-ze toeslag kan de werknemer geen aanspraak maken op indeling in die hogere functiegroep.

15

  1. 4. Schriftelijke bevestiging

Het toekennen van een toeslag, de omvang ervan en iedere wijziging daarvan wordt schriftelijk aan de

werknemer bevestigd.

  1. Artikel 18 Uitbetaling
  2. 1. De uitbetaling van het salaris geschiedt tegen het einde van elke kalendermaand. De uitbetaling gaat

vergezeld van een specificatie.

  1. 2. Indien de werknemer gedurende de desbetreffende maand een aantal arbeidsuren niet heeft gewerkt ten gevolge van ongeoorloofd verzuim, wordt voor elk verzuimd arbeidsuur het uursalaris van de werknemer niet uitbetaald.
  2. Artikel 19 Bijzondere beloningen
  3. 1. Spaarregeling De werknemer heeft het recht deel te nemen aan een spaarloonregeling tot het daartoe gestelde

wettelijk maximum.

  1. 2. Vakbondscontributie

De werkgever faciliteert eenmaal per jaar de mogelijkheid om de betaling van de vakbondsbijdrage via de werkgever te laten verlopen.

  1. Artikel 20 Kinderopvang

Ingaande 1 juli 2001 is een kinderopvangregeling overeengekomen. Deze regeling voorziet in een financiële bijdrage in de kosten van kinderopvang ten behoeve van kinderen tot de basisschoolleeftijd. De uitvoering van de bijdrageregeling is opgedragen aan de Stichting Algemeen Sociaal Fonds voor de Tandtechniek. Het jaarlijkse budget is vastgesteld op € 54.454,=. De voorwaarden waaronder de werknemer een financiële bijdrage in de kos-ten van kinderopvang kan ontvangen, zijn uitgewerkt in het reglement van de Stichting Algemeen Sociaal Fonds voor de Tandtechniek.

VAKANTIE EN VERLOF

  1. Artikel 21 Vakantieregeling
  2. 1. Vakantiejaar

Het vakantiejaar is gelijk aan het kalenderjaar.

  1. 2. Aantal vakantiedagen

a. Voor ieder vol kalenderjaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd, bedraagt het

aantal vakantiedagen met behoud van salaris:

- voor werknemers jonger dan 19 jaar 30 werkdagen;

- voor werknemers van 19 t/m 49 jaar 25 werkdagen;

16

- voor werknemers van 50 t/m 54 jaar 26 werkdagen; - voor werknemers van 55 t/m 57 jaar 27 werkdagen;

- voor werknemers van 58 t/m 59 jaar 28 werkdagen;

- voor werknemers van 60 jaar en ouder 29 werkdagen.

  1. b. De waarde van een vakantiedag bedraagt:

- bij een 40-urige werkweek: 8 uren;

- bij een 38-urige werkweek: 7,6 uren.

Bij toekenning van vakantierechten in uren wordt het aantal vakantie-uren naar boven afgerond op

gehele uren.

Indien bij een 38-urige werkweek sprake is van werkdagen van verschillende lengte, wordt iedere

opgenomen vakantiedag teruggeboekt op het tegoed van de werknemer voor het aantal uren dat op die dag feitelijk gewerkt zou zijn als geen vakantiedag opgenomen zou zijn.

c. De onder a genoemde aantallen dagen worden vermeerderd voor iedere periode dat de

arbeidsovereenkomst vijf jaren onafgebroken bij dezelfde werkgever heeft geduurd, met een dag als dit lustrum valt in het eerste kwartaal en met een halve dag als dit lustrum valt in het tweede of derde

kwartaal, zij het dat de hier bedoelde vermeerdering maximaal drie werkdagen is.

d. De werknemer, die slechts een deel van het vakantiejaar in dienst van de werkgever is

(geweest), heeft recht op een evenredig deel van de in de voorgaande leden genoemde vakantie, met in-achtneming van het in lid 3 bepaalde.

e. De onder a genoemde aantallen dagen worden vermeerderd met een dag, indien de

werknemer zich gedurende het kalenderjaar niet ziek heeft gemeld. Zij worden verminderd met een dag, indien de werknemer zich gedurende het kalenderjaar vaker dan twee maal ziek heeft gemeld.

  1. 3. Berekening aantal vakantiedagen

Voor de berekening van het aantal vakantiedagen wordt een werknemer die vóór of op de 15e van enige maand in dienst treedt dan wel de dienst verlaat, geacht op de eerste van die maand in dienst te zijn

getreden dan wel de dienst te hebben verlaten en wordt een werknemer die nà de 15e van enige maand in dienst treedt dan wel de dienst verlaat, geacht op de eerste van de navolgende maand in dienst te zijn

getreden dan wel de dienst te hebben verlaten. In afwijking hiervan zal indien de arbeidsovereenkomst

korter dan één maand heeft geduurd, de werknemer een zuiver proportioneel recht op vakantie krijgen.

4. Aaneengesloten vakantie

Van de vakantiedagen zullen er tenminste 15 aaneengesloten worden opgenomen. Op verzoek van de werk-nemer kan in overleg met de werkgever hiervan worden afgeweken.

  1. 5. Vakantiedagen

a. Onder voorbehoud van instemming door de personeelsvertegenwoordiging, heeft de

werkgever het recht bij de aanvang van het vakantiejaar ten hoogste vier al dan niet aaneengesloten

vakantiedagen als collectieve snipperdagen aan te wijzen en vast te stellen.

b. De overblijvende snipperdagen zullen door de werkgever worden toegekend, indien de

aanvraag daartoe tenminste drie dagen voor de betreffende dag is ingediend, tenzij het bedrijfsbelang zich duidelijk hiertegen verzet.

  1. 6. Geen vakantiedagen gedurende onderbreking der werkzaamheden

a. De werknemer heeft geen vakantierechten over de tijd gedurende welke de werknemer

wegens het niet verrichten van zijn werkzaamheden geen aanspraak op in geld vastgesteld salaris heeft.

17

b. In geval van arbeidsongeschiktheid, heeft de werknemer nog vakantierechten over de laatste zes

maanden, waarin geen arbeid wordt verricht wegens arbeidsongeschiktheid.

c. De werknemer die op 1 mei van het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft

bereikt, heeft ook vakantierechten over de tijd welke hij besteedt aan het volgen van onderricht, waartoe de werkgever hem krachtens de wet of krachtens deze CAO in de gelegenheid moet stellen.

7. Samenvallen van vakantierechten met andere dagen waarop geen arbeid wordt verricht

Indien vakantiedagen van de werknemer samenvallen met dagen waarop de werknemer anderszins

aanspraak kan maken op salaris, worden deze vakantiedagen teruggeboekt op het tegoed van de werkne-mer.

8. Vakantierechten en gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid

Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid heeft de werknemer vakantierechten alsof hij volledig

arbeidsgeschikt is. Evenzo worden vakantierechten van de werknemer afgeboekt alsof hij volledig

arbeidsgeschikt is. Dit geldt zolang de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid zich voordoet.

9. Vakantie bij het eindigen van de arbeidsovereenkomst

Bij het eindigen van de arbeidsovereenkomst zal de werknemer alsnog in de gelegenheid worden gesteld de door hem nog niet genoten vakantiedagen, waarop hij krachtens het in de vorige leden bepaalde recht heeft, te genieten of zullen deze dagen worden uitbetaald.

Artikel 22 Vakantietoeslag

1. De vakantietoeslag bedraagt 8%. De vakantietoeslag wordt berekend over twaalf maal het maandsalaris van de maand mei inclusief de eventueel ontvangen persoonlijke toeslag als bedoeld in artikel 15.V.2. De vakan-tietoeslag wordt uitbetaald in mei. De vakantietoeslag wordt betaald over het kalenderjaar.

2. Indien na de uitbetaling van de vakantietoeslag het aantal arbeidsuren stijgt, wordt de vakantietoeslag naar rato verhoogd; deze verhoging wordt uitbetaald bij de eerstvolgende salarisbetaling. Indien na de uitbetaling van de vakantietoeslag het aantal arbeidsuren daalt, wordt de vakantietoeslag naar rato verlaagd; deze

verlaging wordt gedurende de resterende maanden van het kalenderjaar maandelijks verrekend met de

salarisbetaling.

  1. 3. Indien de betaling van de vakantietoeslag samenvalt met de proeftijd, wordt de vakantietoeslag uitbetaald in de eerste maand volgend op het einde van de proeftijd.
  2. 4. Indien de arbeidsovereenkomst eindigt in het lopende kalenderjaar, wordt de vakantietoeslag in mei naar rato van de overeengekomen duur van de arbeidsovereenkomst uitbetaald. Indien de arbeidsovereenkomst

eindigt vóór de maand mei, wordt de vakantietoeslag uitbetaald bij de beëindiging van de

arbeidsovereenkomst. Indien de arbeidsovereenkomst eindigt na de maand mei, terwijl dat op dat moment niet bij de werkgever bekend was, wordt de vakantietoeslag naar rato verlaagd; deze verlaging wordt

verrekend met de laatste salarisbetaling.

  1. 5. Indien voor werknemers van 23 jaar en ouder de vakantietoeslag over het gehele kalenderjaar berekend min-der dan € 1100,-- bedraagt, zal deze tot dit bedrag worden aangevuld. Voor werknemers met een

18

parttime dienstverband geldt een minimumaanspraak op de vakantietoeslag naar rato. Bij berekening van de vakantietoeslag over een deel van het kalenderjaar zal de aanvulling naar rato plaatsvinden.

Werknemers beneden de 23-jarige leeftijd ontvangen deze minimum vakantietoeslag naar rato, vastgesteld aan de hand van de navolgende afbouwpercentages

16 jaar 34½% 20 jaar 61½%

17 jaar 39½% 21 jaar 72½%

18 jaar 45½% 22 jaar 85%

19 jaar 52½%

  1. 6. Een eventuele vakantietoeslag op grond van de sociale verzekeringswetten zal met de in lid 1 bedoelde toe-slag worden verrekend.
  2. Artikel 23 Bijzonder verlof
  3. 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 21, heeft de werknemer recht op bijzonder verlof, indien de gebeurtenis op een werkdag valt en deze daadwerkelijk wordt bijgewoond, met behoud van het volle salaris:

a. gedurende één dag bij zijn ondertrouw;

b. gedurende twee dagen bij zijn huwelijk of partnerregistratie;

c. gedurende de dag van bevalling van zijn partner tot en met de daarop volgende twee

werkdagen;

d. gedurende één dag bij het huwelijk van zijn kind, stief- en pleegkind, zijn (stief/pleeg)vader, (stief/pleeg)moeder, schoonvader, schoonmoeder, kleinkind, broer,

zuster, zwager en schoonzuster;

e. gedurende één dag bij zijn 25- of 40-jarig huwelijksfeest, bij het 25-, 40-, 50-, 60- en

méérjarig huwelijksfeest van zijn (stief/pleeg)ouders en schoonouders, alsmede bij het

50-, 60- en méérjarig huwelijksfeest van zijn grootouders en van de grootouders van zijn partner;

f. gedurende de tijd van de dag van het overlijden af tot en met twee dagen na de dag van de crematie of begrafenis van zijn partner of een tot zijn gezin behorend kind, stief- en pleegkind;

g. gedurende maximaal drie dagen bij het overlijden en de begrafenis of crematie van zijn

niet onder sub g genoemde kind, stief- en pleegkind, zijn (stief/pleeg)vader, (stief/pleeg)moeder,

schoonvader, schoonmoeder, schoonzoon en schoondochter;

h. gedurende één dag bij het overlijden of de begrafenis of crematie van zijn grootvader,

grootmoeder, de grootvader en grootmoeder van zijn partner, zijn kleinkind, broer, zuster, zwager en schoonzuster;

i. gedurende de daarvoor benodigde tijd voor het afleggen van een vakexamen tegen

overlegging van de schriftelijke oproeping;

j. gedurende maximaal twee dagen per kalenderjaar bij verhuizing van de gehuwde

werknemer of de ongehuwde werknemer die een eigen huishouding voert of gaat voeren.

  1. 2. Indien in lid 1 wordt gesproken van partner, wordt daaronder verstaan zowel de (mannelijke of vrouwelijke) echtgenoot van de gehuwde werknemer als de persoon met wie de ongehuwde werknemer een langdurig en duurzaam samenlevingsverband heeft.
  2. 3. Aan de werknemer, die tenminste zes weken lid is van een werknemersorganisatie, zal, mits het verzoek daartoe tijdig door deze organisatie aan de werkgever schriftelijk kenbaar is gemaakt, vrijaf worden

19

gegeven:

a. met behoud van het volle salaris over de tijd, nodig voor het bijwonen als door zijn

werknemersorganisatie schriftelijk aangewezen afgevaardigde van een bijeenkomst van een van de

volgende colleges van zijn organisatie: